INTERVIEW

Zestien melkveehouders werken, tezamen met waterschappers, WUR-onderzoekers en adviseurs, in het project Koeien & Kansen aan de ontwikkeling van de BedrijfsWaterWijzer, een instrument om het waterbeheer op de melkveebedrijven in beeld te brengen, te verduurzamen en naar een hoger plan te tillen. “Dat draagt ook bij aan de verbetering van de waterkwaliteit, die sowieso in 2027 volledig moet voldoen aan de normen die de Kaderrichtlijn Water stelt”, zegt onderzoeker ir. Gert-Jan Noij. “Door gelijktijdig de efficiëntie te vergroten kunnen de boeren ook hun bedrijfsresultaat binnen de milieuregels verbeteren.”

Gert-Jan Noij legt allereerst uit wat er tot nu toe is gebeurd. Hij vertelt dat een groot deel van de Nederlandse melk-veehouderijen van de Europese Unie toestemming heeft gekregen af te afwijken van de standaard mestgebruiksnormen in de Nitraatrichtlijn. “De hoeveelheid mest die zij mogen gebruiken om aan de normen te voldoen, bepaalt in feite hoeveel vee boeren kunnen houden. Doordat de Nederlandse melkveehouderij grotendeels op gras is gebaseerd, dat meer stikstof opneemt waardoor minder meststoffen uitspoelen, hebben onze boeren de gelegenheid gekregen meer vee te houden en meer mest te gebruiken. Bij het vorige nitraatactieprogramma is de derogatienorm weer iets aangescherpt, omdat de EU vindt dat de waterkwaliteit onvoldoende is verbeterd.” Volgens Noij voldoet de grondwaterkwaliteit, behalve op bouwland op droge zandgronden aan de nitraatnorm en is sprake van vooruitgang. Voor het oppervlaktewater ligt dat anders. De ecologische kwaliteit moet in drie stappen voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. “Als we op de huidige voet doorgaan halen we het einddoel niet in 2027. Er moet iets extra’s gebeuren. Dat heeft men binnen het project Koeien & Kansen ook gezien en daarom is er nu extra aandacht voor water.” Melkveehouders krijgen bovendien, net als andere sectoren, te maken met de gevolgen van klimaatverandering, zoals fellere buien, wateroverlast en langere droogteperioden.

Koeien & Kansen loopt sinds 1998 en is bedoeld om de melkveehouderij milieuvriendelijk en duurzaam te maken. “Tot enkele jaren geleden bestond het project vooral uit het begeleiden van boeren in het kader van het mestbeleid. Ze werden geholpen bij het zo goed mogelijk inspelen op de verscherpte eisen omtrent het nutriëntengebruik. Later is het blikveld verbreed naar broeikasgassen, vooral CO₂- en methaanemissie van de melkveebedrijven en wat daaraan eventueel te doen is. Sinds 2014 ligt de focus vooral op water”, zegt Gert-Jan Noij. Hij werkte tot voor kort voor Wageningen Environmental Research (tot september 2016 bekend als Alterra). “Dat valt onder de R van Wageningen Universiteit en Research, wat een aparte rechtspersoon en eigenlijk een voortzetting is van de in 1996 geprivatiseerde stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek.”

Bufferstroken

Eerder heeft hij bij Alterra uitgebreid onderzoek gedaan naar het effect van bufferstroken om te voorkomen dat meststoffen vanaf het land in het water terechtkomen. Het effect viel tegen. “Door minder werk op mijn gebied bij Alterra ben ik sinds 2016 bij Wageningen Plant Research gedetacheerd. Met beide handen heb ik de kans gegrepen bij Koeien & Kansen te kunnen werken aan de BedrijfsWaterWijzer. Ik had al affiniteit met Koeien & Kansen, omdat dit project niet alleen gaat over beperkingen, maar vooral over het samen met de boeren vinden van oplossingen.” Op dit moment vult Noij met zijn collega’s bedrijfswaterplannen in voor de zestien over heel Nederland verspreide Koeien & Kansen-bedrijven. “Met deze boeren zijn oriënterende gesprekken gevoerd om te bepalen voor welke uitdagingen zij staan. Waterschappers hebben tijdens die bijeenkomsten aangegeven wat zij zijn tegengekomen en welke oplossingen zij zien. Per bedrijf zijn maximaal vijf problemen benoemd om aan te werken. Die zet ik, net als de oplossingen, systematisch op een rij en vervolgens bepaal ik of nog verkennende onderzoeken nodig zijn voordat we acties kunnen ondernemen. Nu is het nog veel kantoorwerk. In overleg met boeren, adviseurs, WUR-onderzoekers en waterschappers kijken we daarna wie wat doet, want het is echt een samenwerkingsproject.”

Het is goed als boeren en waterschappers inzicht krijgen in elkaars problemen. De bedrijfswaterplannen die samen met de zestien voorlopers binnen het project tot stand komen, zullen we straks opschalen om ook de melkveehouders met wie we nu niet spreken te faciliteren en het proces te versnellen. “De relevante zaken die nu ter tafel komen zijn daarom misschien wel belangrijker dan de BedrijfsWaterWijzer zelf, die in de eerste plaats is bedoeld om te registreren. De Kringloopwijzer in de melkveehouderij brengt al langer de nutriëntenstromen op het bedrijf in kaart , in welke vorm en hoe ze zijn verdeeld over de vier compartimenten: veestapel, mestopslag, bodem en ruwvoer. Het is een soort diagnose-instrument, een thermometer die de boer vertelt hoe hij verliezen kan beperken. Datzelfde willen we met de BedrijfsWaterWijzer bereiken, zodat de boer aan de hand van een aantal modules (zie kader) een schematisch overzicht krijgt waaraan hij kan aflezen welke percelen in orde zijn en waar nog wat mis kan gaan (bijvoorbeeld te veel af- of uitspoeling naar het water). Zo weet hij ook wat hij moet doen om in de toekomst te voldoen aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en bij te dragen aan duurzaam waterbeheer.”

Praktisch

De kunst is de wijzer zo te maken dat die praktisch is en gemakkelijk in te vullen. Daarom willen we beschikbare systemen zo veel mogelijk koppelen, bijvoorbeeld de resultaten van de Kringloopwijzer en de gegevens uit de Basisregistratie percelen automatisch invoeren. Noij: “Graag zouden we toegang willen krijgen tot de gedetailleerde gegevens van waterschappen over bijvoorbeeld de loop van sloten. Dat is belangrijk. Sommige sloten voeren alleen water van het bedrijf zelf af. Het bedrijf bepaalt hier zelf de waterkwaliteit. Anders is het wanneer ze in verbinding staan met een bovenstroomse riool-overstort, effluent van een rwzi of een industriële lozing, die kunnen dan zeker effect hebben op de waterkwaliteit.”

Noij constateert dat de financiële positie van veel melkveehouders niet goed is, na een lange periode met lage melkprijzen. “Het zou mooi zijn als het plattelandsontwikkelingsprogramma POP3, zoals bedoeld ook voor de verbetering van de waterkwaliteit zou kunnen werken . Dat boeren op basis van goedgekeurde bedrijfswaterplannen een soort investeringssubsidie kunnen aanvragen. Het probleem met POP3 is namelijk dat provincies de regie voeren en er landelijk twaalf verschillende regelingen zijn die bovendien in tranches uiteenvallen, waardoor een gedeelte van de bedrijfswaterplannen wel en een ander gedeelte niet onder de subsidievoorwaarden van dat moment valt. Dat werkt niet. Wanneer de plannen van de boeren aantoonbaar bijdragen aan een betere waterkwaliteit is snelle uitvoering noodzakelijk om in 2027 te kunnen voldoen aan de normen die de Kaderrichtlijn Water voorschrijft. Dan moeten we dus met de boer meedenken en ervoor zorgen dat de toekomst van zijn bedrijf niet op het spel komt te staan.”

Circulaire economie

Op de langere termijn is het van belang dat ook melkveehouders deelnemen aan de circulaire economie. Gert-Jan Noij ziet allerlei uitdagingen. “Mestverwerking, industrieel of op de boerderij is een veel genoemde oplossing voor het mestoverschot. Er is echter dure high-tech apparatuur voor nodig om van mest schoon water te maken en mineralen te oogsten. Ook de wet zorgt voor beperkingen. Wanneer je bijvoorbeeld teruggewonnen fosfaat gebruikt als grondstof voor de kunstmestindustrie verlaag je daarmee het overschot. Dat wordt nu nog tegengehouden, vermoedelijk omdat er dan geen rem meer is op de groei van de veehouderij, met alle gevolgen van dien voor het milieu.” Nederland is inmiddels over het Europese fosfaatplafond heengegaan, doordat het de sector niet is gelukt daar zelf aan te voldoen. “Daarom moest staatssecretaris Van Dam aan de noodrem trekken, waardoor nu veel vooral oudere boeren hun melkvee naar de slacht brengen tegen een aantrekkelijke premie. De regeling bleek zo’n succes dat die al snel overtekend was.” ≈

Bij ons op de site adverteren?

Abonneer u nu op Waterbranche.

Uitgelichte Bedrijven

KELLER Meettechniek B.V.

Logisticon Water Treatment B.V.

Krohne Nederland B.V.

Share This