Marcel Galjee, energiedirecteur AkzoNobel

 

Grootste waterelektrolysefabriek vergroent chemiesector

 

AkzoNobel Specialty Chemicals en de Nederlandse Gasunie willen op Chemiepark Delfzijl een waterelektrolysefabriek met een capaciteit van 20 megawatt bouwen, die vanaf 2021 duurzaam geproduceerde elektriciteit zal omzetten in groene waterstof. Die is als grondstof te gebruiken voor chemiebedrijven en als schone brandstof voor voertuigen. Hoewel de beslissing over de bouw pas in 2019 valt, verwacht Marcel Galjee, energiedirecteur van AkzoNobel, na een grondige analyse dat het project gerealiseerd zal worden – een belangrijke vergroening van de chemiesector.

AkzoNobel gebruikt al decennia zout water als basis voor het elektrolyseproces. Het chemieconcern wint in Delfzijl op grote schaal zout, dat de basis is voor verschillende chemische toepassingen. “Nadat het water middels verdamping uit het zout is gehaald blijft hoogzuiver zout en schoon, bijna gedestilleerd water over dat wij in onze processen gebruiken, dus ook voor elektrolyse. Daarbij splitsen we zout water (NaCl en H₂O) in chloor (Cl), natronloog (NaOH) en waterstofgas (H₂), de componenten waaruit het bestaat. In de nieuwe fabriek werken we met ‘gewoon’ water. Het proces is in principe hetzelfde, maar de technologie is wat anders, want hier splitsen we water in waterstof (H₂) en zuurstof (O) door middel van groene elektriciteit”, vertelt Galjee.

“We gebruiken een ‘electrolyzer’, oneerbiedig gezegd een bak water met een membraan ertussen en elektroden erin, waarmee je in feite elektriciteit in moleculen stopt. De waterstof, die na de splitsing van het water vrijkomt, is een van de krachtigste energiedragers die er bestaan en wordt daarom veel toegepast in de chemische industrie. Waterstof kun je verbranden om elektriciteit en warmte te maken, of gebruiken als chemische grondstof voor bijvoorbeeld waterperoxide.” In een brandstofcel – die in tegenstelling tot een accu of batterij geen elektrische energie opslaat, maar produceert – werkt het proces omgekeerd. “Daarin combineren we juist via een membraan de waterstof weer met zuurstof. In februari hebben we een waterstoftankstation geopend waar bussen groene waterstof kunnen tanken en dankzij de elektriciteit die dankzij de zuurstof uit de lucht wordt gecreëerd, kunnen ze volledig elektrisch rijden. Uit de uitlaat komt alleen schoon water, verder niets.”

Galjee: “De transitie van fossiele naar duurzame brandstoffen en van vervuilende naar schone industrie die weinig tot geen CO₂ uitstoot, betekent dat we nieuwe ketens moeten vormen en samen moeten werken met partijen waarmee we dat traditioneel niet gewend zijn. Anders kunnen we niet bereiken wat we met elkaar hebben afgesproken.”

‘Dit project is de opmaat voor verdere opschaling, bijvoorbeeld in de regio IJmond en het havengebied bij Rotterdam’

AkzoNobel heeft inmiddels bruggen geslagen tussen en ketens gevormd met partijen uit de energie- en de infrastructurele sector en klanten. “De samenwerking met de Nederlandse Gasunie is daar een voorbeeld van. De infrastructuur van dit overheidsbedrijf, waar grote hoeveelheden aardgas (methaan) doorheen gaan, is ook te gebruiken voor het transport van waterstof. Bovendien kijkt de Gasunie naar de bijdrage die zij kan leveren aan de waterstofeconomie en naar waterstof als flexibiliteitsbuffer.” In tegenstelling tot elektriciteit is waterstof immers als energiedrager in grote volumes relatief goed op te slaan. Waterstof is om te zetten in een speciale gasturbine om elektriciteit en warmte te produceren, maar als chemiebedrijf is AkzoNobel Specialty Chemicals voornamelijk geïnteresseerd in de industriële toepassing om andere duurzame en circulaire moleculen te maken.”

Parallel met offshore wind

Het chemiebedrijf produceert nu al groene waterstof, maar laat met de plannen voor de elektrolysefabriek zien dat het de ambitie heeft dit in Groningen grootschalig te gaan doen met behulp van geavanceerde technologie. Met als uiteindelijke doel chemische bouwblokken te kunnen fabriceren door uitsluitend gebruik te maken van groene, circulaire bronnen, ter vervanging van waterstof die nu nog in binnen- en buitenland voornamelijk ontstaat door het kraken van aardgas.

Galjee legt uit: “De fossiele grondstof aardgas is CH4. De CO₂ die erin zit gaat de lucht in en er blijft waterstof over. Die methode zorgt voor veel CO₂-emissie en heeft de voorbije decennia relatief weinig ontwikkeling doorgemaakt. Dat komt doordat deze fossiele variant tot nu toe geen concurrerend alternatief kende. In de elektrolysefabriek in Delfzijl produceren wij straks 3 kiloton van het groene, duurzame alternatief, wat niet voldoende is, omdat we nu al meer ‘oude’ waterstof gebruiken. Daarom moeten we blijven werken aan schaalvergroting om uit te groeien tot een aantrekkelijk alternatief. De waterelektrolysefabriek in Delfzijl, de grootste in zijn soort in Europa, is een eerste stap, maar we moeten opschalen van 20 megawatt in 2021 naar 100, 500 of misschien wel 1.000 megawatt. Ik trek de parallel met offshore wind. Die energiebron was enkele jaren geleden ook niet competitief. Doordat er steeds meer windturbines zijn bijgekomen, is dat veranderd. Er zijn nieuwe waardenketens opgebouwd, bedrijven weten elkaar te vinden en de risico’s nemen af, zodanig dat we nu windparken zonder subsidie kunnen bouwen. Zo moet je onze business case ook zien.”

Economische oppepper

Voor het Noorden is deze ontwikkeling zeker een economische oppepper. Offshore wind is daar als duurzame energiebron voor het omzetten van elektriciteit in groene waterstof ruimschoots voorhanden en hoeft dus niet van verre te worden aangevoerd. Dankzij de samenwerking met de Gasunie kan AkzoNobel voor het transport van waterstof naar andere gebieden in Nederland en daarbuiten mogelijk gebruik maken van bestaande en deels nieuw te ontwikkelen infrastructuur. “Er liggen al grote waterstofnetwerken in Nederland, maar ook van Rotterdam, via Antwerpen. naar Frankrijk. Ook in het Noorden ligt al een klein netwerk, dat we gaan uitbouwen.”

In 2019 volgt het definitieve besluit, waarna de bouw van de fabriek – die een tot twee jaar in beslag neemt – kan beginnen. “Doordat we ervan overtuigd zijn dat je hiervoor samen een grote keten moet opbouwen, zijn we ook met andere partijen dan de Gasunie in gesprek over het toepassen van waterstof. Dit project is bovendien de opmaat voor verdere opschaling, niet alleen om de capaciteit te vergroten tot wel één gigawatt, zoals ik eerder aangaf, maar tevens om fabrieken in andere regio’s en landen te bouwen. Het liefst waar veel wind het land opkomt, in combinatie met een goede infrastructuur, een sterke logistieke sector, industriële clusters. In Nederland denk ik aan de regio IJmond en het havengebied bij Rotterdam. Ik zie een enorme potentie”, aldus Galjee.

 

 

Bij ons op de site adverteren?

Abonneer u nu op Waterbranche.

Uitgelichte Bedrijven

KELLER Meettechniek B.V.

Logisticon Water Treatment B.V.

Krohne Nederland B.V.

Share This