Arjen van Nieuwenhuijzen, adviseur Witteveen+Bos

 

Nederland en Singapore trekken samen op

 

Nederland en Singapore hebben meer gemeen dan je zou verwachten. Denk aan oppervlakte, bevolkingsdichtheid, vergrijzing en de bijbehorende kritische afval(water)problematiek. Eind 2017 hebben dertien publieke en private partners een samenwerkingsconvenant getekend. Daarin verbinden zij zich verkenningen uit te voeren naar circulaire oplossingen op het gebied van slib- en afvalverwerking en grondstoffenterugwinning in Singapore en Nederland en die ook te realiseren. Een gesprek met Arjen van Nieuwenhuijzen, die het project leidt namens coördinerend advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos.

Anderhalf jaar geleden sprak Van Nieuwenhuijzen samen met Mark van Loosdrecht van de TU Delft en Roelof Kruize en Kees van der Lugt van Waternet met een aantal Singaporese collega’s over circulaire energievoorziening en circulaire economie. “Toen inderdaad bleek dat onze beide landen grotendeels voor dezelfde uitdagingen staan, hebben wij de samenwerking uitgewerkt en besloten samen oplossingen te verkennen voor de circulaire economie. Wij zijn coördinator van dat project, mede doordat wij in Singapore een vestiging hebben en daar vooral in de afval- en watersector aan het werk zijn. Inmiddels zijn afspraken gemaakt tussen ons ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Singaporese ministerie van Water Resources and Environment. Ik merk daarbij wel op dat onze Aziatische partners wat circulaire economie betreft wat verder vooruitkijken dan wij en als horizon 2100 hebben. Zij willen zich nu vooral concentreren op grondstoffenterugwinning en hernieuwbare energie.”

– Hoe is het project georganiseerd?
“De publieke en private partners die de verkenningen naar en de realisatie van circulaire oplossingen op het gebied van slib- en afvalverwerking en grondstoffenterugwinning zullen uitvoeren werken binnen het programma Partners for International Business (PIB) samen in de cluster ReCirc Singapore, een initiatief van Witteveen+Bos, TU Delft, Waternet en het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, faciliteert het project, waarbij verder Nijhuis Industries, Paques, CirTec, World of Walas, Asia Pacific Breweries (‘a Heineken company’), Organic Village, KWR Watercycle Research Institute, Wageningen University and Research en Upp! UpCycling Plastic betrokken zijn.

“De deelnemers aan het consortium kijken in de verkennende fase vooral naar afval-gerelateerde onderwerpen, afvalwater en slib, waarvoor we in Nederland maatregelen hebben geformuleerd, maar nog geen totale oplossing hebben. De zes thema’s zijn: (1) behandeling en terugwinning van bodem- en vliegas, (2) sorteren, scheiden en recycleren van stedelijk afval, (3) geïntegreerde terugwinning van hernieuwbare energie en grondstoffen uit afvalwater en slib, (4) verwerking en terugwinning van verpakkingsmateriaal en plastic afval, (5) voedselafvalbehandeling en grondstoffenterugwinning, (6) e-afvalbehandeling en terugwinning van waardevolle materialen.

“De dertien partners brengen nu eerst alle afval- en grondstoffenstromen in kaart en houden in april een workshop om aan de hand daarvan met elkaar te kijken aan welke oplossingen voor de toekomst ze samen met de Singaporezen kunnen werken. In Singapore wonen 5,6 miljoen mensen op een oppervlakte van 720 km², vergelijkbaar met het gebied tussen Amsterdam en Rotterdam. De stadsstaat is nog dichter bevolkt dan Nederland. De problematiek is vergelijkbaar met de onze, maar niet helemaal. Afval is er een groter probleem dan afvalwater. Het watersysteem is er al best wel circulair ingericht, vandaar dat onze focus in eerste instantie is gericht op hun afvalroutes en de bijbehorende problematiek die om een pragmatische aanpak vraagt.”

– Vervult Singapore een voorbeeldfunctie?
“De technische status van Singapore is hoger dan die van de meeste andere Aziatische steden en landen. De stadsstaat kent een zeer gecultiveerde, maar in de basis lineair opgebouwde infrastructuur, waarin zeker veranderingen zijn aan te brengen. Ze hebben zoals gezegd zeker oren naar een circulaire opbouw en economie, maar zijn daar nog niet klaar voor. Bovendien is zelfvoorzienendheid erg belangrijk. Singapore wil in de regio zelfstandig kunnen opereren, niet afhankelijk zijn van de buren en die ook niet belasten. Daarom willen ze hun afvalproblemen zelf oplossen. Dat doen ze al door gebruikt water – afvalwater is een verboden woord – in een bijzonder korte cyclus om te werken tot suppletiewater voor de drinkwatervoorziening. Dat levert uitstekend drinkwater op, dat je zo uit de kraan kunt drinken.

‘Dit is een soort acquisitietraject om zaadjes voor de circulaire economie te zaaien, waarna we kunnen oogsten’

“Op watervlak is al veel opgelost. Tegelijkertijd gebruiken de Singaporezen vrij dure energie en chemicaliën voor technologie die nog niet duurzaam of circulair is. Vanuit Nederland brengen we onze kennis van energie- en grondstoffenfabrieken in om te laten zien dat er veel duurzamere en meer circulaire manieren zijn om hetzelfde te bereiken. Waternet zit in ons consortium. Dat bedrijf heeft de rioolwaterzuivering in Amsterdam-West en het Afvalenergiebedrijf naast elkaar staan, waardoor het slib op een zeer handige en energiebesparende manier kan verwerken. Het Singaporese waterbedrijf PUB gaat in Singapore een vergelijkbare installatie bouwen, maar dan vier keer zo groot. Waternet en PUB verkennen hiervoor binnen een mvo (memorandum van overeenstemming) actieve samenwerking op operationeel gebied.”

– Wat is het verdienmodel?
“De betrekkingen tussen Nederland en Singapore zijn al heel lang uitstekend. Interessant is dat het economisch model van Singapore ooit is bedacht door de Nederlandse econoom Albert Winsemius (1910-1996; de vader van Pieter Winsemius, red.). Op ministerieel niveau zijn de Singaporezen benieuwd naar onze kijk op circulaire economie en onze milieu-ambities. Ze kijken bijvoorbeeld naar hoe wij omgaan met vliegas en bodemas uit verbrandingsinstallaties en de kwaliteit van onze water- en milieutechnologie, waarvoor wij hoog staan aangeschreven. De samenwerking binnen het PIB-programma ReCirc moet – na de verkennende en initiërende fases – leiden tot het Singapore-Netherlands Centre of Excellence on Resource Recovery for Circular Economy (vanaf 2021).

“De bedoeling is dat uit dit programma haalbare businesscases komen. Wij zijn een consortium waarin bedrijfsleven, overheden en onderzoekinstituten samenwerken. Leveranciers willen er hun apparatuur kwijt. Een toegevoegde waarde voor de deelnemers is dat dit programma een soort etalage is, waarin we Nederlandse producten, apparatuur en kennis kunnen laten zien, waardoor we concurrentievoordeel hebben uiteindelijk ook aan het werk kunnen tijdens de realisatiefase.

“Witteveen+Bos is onafhankelijk adviseur en systeemintegrator in deze. Wij proberen in Singapore onze capaciteiten op het gebied van haalbaarheidsstudies en (circulaire) ontwerpactiviteiten te laten zien. De RVO faciliteert het programma financieel vanwege het ondernemende karakter ervan, door de inspanningen van het bedrijfsleven te verdubbelen, bijvoorbeeld als het gaat om aanwezigheid op beurzen, communicatie en het verspreiden van gemeenschappelijke boodschappen. Dat helpt ons onze contacten te verbreden. Op zichzelf is dit een soort acquisitietraject om zaadjes voor de circulaire economie te zaaien, waarna we kunnen oogsten. Doordat Singapore een etalage is voor andere ontwikkelende steden in de regio, betekent een programma als dit dat we ook elders een voorsprong op concurrentiegebied kunnen krijgen.”

– Even los van Singapore, hoe belangrijk is circulaire economie voor Witteveen+Bos?
“We zijn er al jarenlang mee bezig. In de sector energie, water en milieu is circulaire economie de bindende factor en inmiddels binnen ons bedrijf vanuit onze zeven duurzame ontwerpprincipes een leidend basis-ontwerpbeginsel. In Nederland doen we veel op dit vlak en spelen daarbij een sturende rol. Voor de waterschappen brengen we zoetwatervoorraden, energievoorzieningen, nutriënten en grondstoffenstromen in kaart om duidelijk te maken hoe zij circulariteit en een energietransitie kunnen bereiken.

“We zijn nu aan het werk voor Wetterskip Fryslân en Waterschap Vallei en Veluwe, die daarin – samen met gemeenten – een sterke ambitie hebben. Voor Rijkswaterstaat kijken we naar infrastructurele werken waarbij innovatie en circulariteit heel belangrijk zijn, zoals InnovA58, een zeer innovatieve vervanging van de snelweg A58 tussen Breda en Eindhoven om capaciteitsknelpunten op te lossen. In 2050 moet onze maatschappij circulair zijn. We zien heel duidelijk dat Rijkswaterstaat, ProRail, provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven, maar ook bouwbedrijven, druk bezig zijn met het zoeken van manieren om die ambitie te kunnen waarmaken. Circulaire economie is ook voor Witteveen+Bos een sectorintegrerend ontwerpprincipe. Het residu van de ene sector wordt de bouwstof voor de andere.”

– Is 2050 haalbaar?
“Of circulariteit in 2050 honderd procent is doorgevoerd weet ik niet, maar je moet wel een stip op de horizon neerzetten die haalbaar is. Dat lukt alleen als we bereid zijn echt radicaal te veranderen. In veel buitenlanden, waaronder dus Singapore, is 2100 de doelstelling, maar dat is zover weg dat alle motivatie om in actie te komen ontbreekt, zowel bij personen als organisaties en overheden. De route loopt van de lineaire, via de recycle- naar de circulaire economie. Wat recycleren betreft doen we het in Nederland best goed, maar de meeste ontwerpen zijn nog steeds lineair opgezet. Binnen Witteveen+Bos zijn wel al zover dat we niet alleen zorgen voor een circulaire ontwerp-, realisatie- en gebruiksfase, maar ook naar wat daarna gebeurt. De afbouw en demontage van kunstwerken, de nagebruiksfase, willen we tevoren ook circulair ontwerpen.”

– Op welke wijze gebeurt dat in onze watersector?
“Er is veel kruisbestuiving geweest met sectoren die vanuit de afval- en afvalwaterroutes naar innovatieve oplossingen zochten om afval voortaan te beschouwen en toe te passen als grond- en bouwstoffen. De projecten waarbij wij betrokken zijn doen we niet alleen in Nederland, maar ook bijvoorbeeld in Engeland en België. Onlangs heeft Witteveen+Bos samen met anderen een Europees project opgestart om uit riviertjes afkomstige baggerspecie te gebruiken voor dijkversterking. Met het transformeren van afvalstoffen in grondstoffen zijn we al in een vroeg stadium begonnen, wat mede komt door het feit dat onze constructeurs, bouwers en waterbouwers steeds vragen hoe zij op een andere manier met grondstoffen kunnen omgaan. Dat zorgt voor mooie dynamiek binnen ons bedrijf, maar ook naar buiten toe.”

Bij ons op de site adverteren?

Abonneer u nu op Waterbranche.

Uitgelichte Bedrijven

KELLER Meettechniek B.V.

Logisticon Water Treatment B.V.

Krohne Nederland B.V.

Share This