INTERVIEW

Waterschappen, gemeenten en provincies bieden de nieuwe Tweede Kamer en het nieuwe kabinet een investeringsagenda aan. Ze vragen van de rijksoverheid vertrouwen, ruimte en middelen (geld), zodat zij de steden en het landelijk gebied klimaatbestendig kunnen maken, de omslag van fossiele brandstof naar duurzame energie kunnen voltooien en vrijwel alle afvalstoffen kunnen hergebruiken als grondstoffen. Dat betekent ook dat het Rijk een einde moet maken aan tientallen belemmerende wetten, regels en voorwaarden.

De waterschappen zorgen er al eeuwen voor dat Nederland droog en veilig blijft en er voldoende zoet water is van aanvaardbare kwaliteit. Klimaatverandering maakt die opgaven in rap tempo zwaarder en complexer. “De normering is aangepast. We zijn continu bezig de dijken op de vereiste hoogte en stevigheid te brengen, de gemalen capaciteit te vergroten en ruimtes te creëren voor extra waterberging na hevige regenval. Daarnaast richten we het watersysteem zo in dat ook droogteperiodes zo goed mogelijk zijn te bestrijden”, vertelt Hans Oosters, dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en voorzitter van de Unie van Waterschappen. “Deze opgaven zijn net zo belangrijk als onze oorspronkelijke taak. We moeten de gevolgen van de klimaatverandering opvangen en de effecten mitigeren.”

De waterschappen zijn daar zo goed in dat ze op grote schaal energie terugwinnen uit hun afvalwaterzuiveringsinstallaties met biogasproductie. Ook benutten ze duurzame energiebronnen als zon en wind. “Met de combinatie van de temperatuur van het oppervlaktewater, poldergemalen en warmte- en koudeopslag in de bodem is bovendien in een substantieel deel van de warmte- en koudevraag van woningen en gebouwen te voorzien. Die potentie zien we heel duidelijk. Bij stuwen kunnen we samen met het bedrijfsleven energie terugwinnen uit het waterverval”, zegt Oosters. Over drie jaar willen de waterschappen op deze manier in tenminste veertig procent van hun energiebehoefte voorzien. “Dat halen we ruimschoots. In het voorjaar van 2016 is daarover een ‘green deal’ gesloten met de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu. Het streven is in 2025 helemaal energieneutraal te zijn. Na gesprekken met de achterban ben ik er vrijwel zeker van dat we dit zelfs kunnen toezeggen op sectorniveau. De eerste waterschappen zijn naar verwachting al rond 2022 energieneutraal.” Klimaatadaptatie, energietransitie en van afvalstoffen grondstoffen maken zijn de inzet van de investeringsagenda die de drie decentrale overheden aanbieden aan de nieuw gekozen parlementsleden en het toekomstige kabinet.

Vertrouwen, ruimte, middelen

In de investeringsagenda geven waterschappen, gemeenten en provincies gezamenlijk aan wat zij op het gebied van de circulaire economie kunnen bereiken. Ze willen daarvoor drie dingen van de centrale overheid terug. “Wij vragen – nog voor middelen – allereerst integraal vertrouwen op bestuurlijk niveau dat wij gedrieën een substantieel deel van opgaven van het Klimaatakkoord van Parijs kunnen uitvoeren. Er is wat dat betreft heel wat te doen, want Nederland bungelt op veel lijstjes onderaan. Om dat succesvol en effectief te kunnen doen moeten we de ruimte krijgen. Tijdens de kabinetsformatie zullen we in dat kader hardnekkig aandacht vragen voor het feit dat honderd wetten, regels en voorwaarden ons daarin belemmeren. De Wet Markt en Overheid gaat er bij voorbaat van uit dat wij als overheden bedrijfsmatige activiteiten uitvoeren. Dat betekent dat wij ook als het gaat om duurzaamheid of het oplossen van maatschappelijke opgaven niets kunnen doen. Ook het met BTW belasten van samenwerkingsverbanden werkt ons tegen. Dan zijn er nog andere merkwaardige regels, die duurzame oplossingen onmogelijk maken. Wij mogen niet meer dan honderd procent energie terugwinnen uit bijvoorbeeld onze eigen afvalwaterzuiveringen. In Europees verband is er het verbod afvalstoffen die wij uit het afvalwater halen, zoals het eindige fosfaat, als grondstof af te zetten of te vermarkten. Ten slotte hebben we te maken met het feit dat we maar een beperkt aantal leningen mogen aangaan als we in goede dingen willen investeren. Van al die beperkingen moeten we af.”

Klimaatverandering sneller

De waterschappen hebben al enige tijd geleden een rapport laten maken door de Universiteit van Utrecht en bureau Berenschot over de belemmeringen die zij ondervinden. Het opheffen daarvan is des te urgenter nu blijkt dat de klimaatverandering sneller gaat dan verwacht. De hevige buien, die in 2003 waren voorzien voor 2050, zijn al in 2015 en 2016 gevallen. Daardoor lopen we achter op schema bij het aanpassen van de fysieke inrichting van steden en het landelijk gebied. 
Een nacht met extreme buien kan zomaar meer dan 100 miljoen euro schade opleveren. “Ondanks de enorme inspanningen van de afgelopen tien, vijftien jaar om onze ruimtelijke inrichting klimaatbestendiger te maken, moeten we nog steeds met z’n allen een enorme achterstand inlopen. Tegelijk begrijpen getroffenen niet altijd dat de overheid hun schade niet heeft kunnen voorkomen. De weerman van het journaal die zijn praatje na de hevige stortbuien in juni begon met de zin ‘Welkom in het klimaat van morgen’ sloeg de spijker op de kop. De klimaatverandering is er al. Daarom is dit de grootste bestuurlijke opgave van de 21ste eeuw.”

Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat slechts twee procent van de bevolking geïnteresseerd is in klimaatvraagstukken en energietransitie. “Ook bij twintig procent zou ik mij zorgen maken. Waterschappen en overheden moeten daarom nog meer dan voorheen het gesprek aangaan met burgers en ondernemers over nut en noodzaak van maatregelen en hen duidelijk maken tot waar de verantwoordelijkheid van de overheid gaat en waar die van hen begint. Opvallend in dit verband is dan ook dat heel weinig mensen een schadeverzekering afsluiten tegen de gevolgen van extreem weer, omdat zij ten onrechte aannemen dat de overheid het wel kan oplossen.” Positiever is Hans Oosters over wat waterschappen en gemeenten samen doen om het stedelijk gebied klimaatrobuuster te maken. “Het waterschap en de gemeente bedenken echt oplossingen in de haarvaten van het watersysteem en komen daarbij dicht bij de mensen thuis. ‘Tegeltje eruit, plantje erin!’ Zo simpel is het. In dit soort versteende stedelijke gebieden helpt elke opgevangen druppel problemen te voorkomen. Wanneer je daarover met mensen gaat praten en tegelijk hun gezamenlijke binnentuin vergroent, willen ze daar zeker hun best voor doen. Het gaat immers niet alleen om technische oplossingen, maar vooral om het oplossen van een maatschappelijke opgave.”

Bemoedigend vindt Oosters het feit dat de leden van werkgeversorganisatie VNO-NCW bij monde van voorman Hans de Boer flink willen investeren in energietransitie, het klimaatadaptief inrichten van de woon- en leefomgeving en het tijdig verhogen van dijk. LTO Nederland zegt groot belang te hechten aan het duurzamer en veerkrachtiger maken van de landbouw en op zoek wil gaan naar het juiste evenwicht.

én het bedrijfsleven beschouwen we de klimaatagenda als een nationale opgave. Dat is wat anders dan een rijksopgave. Het Rijk moet de decentrale overheden faciliteren en ze de kans en de ruimte bieden hun werk te doen en zich daar niet in detail mee bemoeien. Analoog aan het Nationale Deltaprogramma, dat er bij wet is gekomen rond 2009 na de problemen als gevolg van orkaan Katrina in New Orleans, willen wij nu een dergelijke opzet voor het realiseren van de energietransitie, klimaatadaptatie en de circulaire economie, waarbij alle betrokkenen (mede overheden, bedrijfsleven, kennisinstelling) hun aandeel leveren. Dat is de beste garantie om niet opnieuw in de schuttersputjes van elkaar (soms) tegenwerkende rijksdepartementen te vallen.”

Cynisme

Hans Oosters heeft ook kennisgenomen van het cynisme van Donald Trump over de klimaatverandering. “Maar hij is niet de eerste die het bestaan ervan ontkent. Bij ons speelt die kwestie helemaal niet. Door te meten weten wij als waterschappen dat er vijftig procent meer regen valt dan in de jaren vijftig van de vorige eeuw, maar ook dat de zeespiegel stijgt. De rivierafvoerpieken zijn hoger, de periodes van droogte zijn langer en de intensiteit van regenbuien is heviger. Tegelijk weten we dat Nederland en ons watersysteem nog zijn ingericht voor het weer van gisteren. Het maakt dus niet uit of de mondiale temperatuurstijging – 2016 was het warmste jaar ooit – permanent of tijdelijk is doordat we nu misschien tussen twee glacialen inzitten. Er ontstaan nu schade en overlast. Belangrijk is dat burgers droge voeten houden, niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten. Mondiaal mogen we ons daar best zorgen over maken. Niet voor niets heeft de commandant der strijdkrachten eind 2016 op een internationale conferentie in Den Haag gezegd dat de grootste bedreiging voor de wereldvrede – met het daardoor op drift raken van vluchtelingenstromen – klimaatverandering is.

Bij ons op de site adverteren?

Abonneer u nu op Waterbranche.

Uitgelichte Bedrijven

KELLER Meettechniek B.V.

Logisticon Water Treatment B.V.

Krohne Nederland B.V.

Share This